ابدأ مجاناً
الرئيسية المفردات حسب الموضوع السكن والإيجار

مفردات السكن والإيجار

184 كلمة من البحث عن سكن إلى عقد الإيجار وفواتير الصيانة والمشاكل مع المؤجّر.

السكن أول ما تواجهه في هولندا وأكثر ما يولّد أوراقاً: huurcontract وborg وservicekosten وhuurtoeslag. كلمة واحدة غير مفهومة في عقد قد تكلّفك مالاً حقيقياً.

وهي أيضاً من أكثر المواضيع تكراراً في نصوص امتحان NT2، لأن كل مقيم يمرّ بها.

184 كلمة·184 جملة مثال·106 اسم مع أداة التعريف·A0: 90
  1. alleجميعA0
    Alle ramen zijn dicht.جميع النوافذ مغلقة.
  2. alleenبوحدكA0
    Ik woon alleen.أعيش وحدي.
  3. het appartementشقةاسم
    Het appartement heeft een balkon.الشقة بها شرفة.
  4. de badkamerحماماسم
    De badkamer is schoon.الحمام نظيف.
  5. benedenتحتA0
    De slaapkamer is beneden.غرفة النوم في الأسفل.
  6. betalenدفعA0
    Ik moet betalen.عليّ أن أدفع.
  7. blauwأزرقA0
    De jas is blauw.المعطف أزرق.
  8. het briefjeرسالةاسم
    Het briefje ligt op tafel.الملاحظة على الطاولة.
  9. de broerاخاسم
    Mijn broer komt morgen.أخي سيأتي غداً.
  10. buitenخارجA0
    De kinderen spelen buiten.الأطفال يلعبون بالخارج.
  11. de burenجيراناسم
    Ik help de buren.أساعد الجيران.
  12. het centrumوسطاسم
    Het centrum is druk.وسط المدينة مزدحم.
  13. daarهناكA0
    Daar is mijn huis.هناك بيتي.
  14. delenتقاسمA0
    Wil je jouw notities met mij delen?هل تود مشاركة مالحظاتك معي؟
  15. dezeهذهA0
    Deze deur is nieuw.هذا الباب جديد.
  16. ditهذاA0
    Dit is mijn huis.هذا بيتي.
  17. donkerغامقA0
    Het is donker buiten.الجو مظلم في الخارج.
  18. de ervaringتجربةاسم
    Ik heb de ervaring.لديّ الخبرة.
  19. de feestdagيوم عيداسم
    Morgen is het een feestdag.غداً يوم عطلة.
  20. de fietsدراجةاسم
    De fiets staat buiten.الدراجة واقفة بالخارج.
  21. de flatشقةاسم
    Zij woont in de flat.هي تسكن في الشقة.
  22. de folderمنشوراسم
    De folder ligt op tafel.المنشور على الطاولة.
  23. gek opمولع بA0
    Ik ben gek op koffie.أنا مولع بالقهوة.
  24. hangenتعليقA0
    De jas hangt aan de kapstok.المعطف معلق على علاقة المعاطف.
  25. de helftنصفاسم
    De helft is weg.النصف مفقود.
  26. helpenمساعدةA0
    Hij helpt zijn broer met huiswerk.يساعد أخاه في الواجبات المنزلية.
  27. hijهوA0
    Hij woont hier.هو يسكن هنا.
  28. hoeveelكمA0
    Hoeveel kamers zijn er?كم عدد الغرف؟
  29. hoogعاليA0
    Het bed is hoog.السرير مرتفع.
  30. de hulpمساعدةاسم
    Ik bel de hulp.سأتصل بالمساعدة.
  31. de huurايجاراسم
    Wij betalen de huur.نحن ندفع الإيجار.
  32. het ideeفكرةاسم
    Het idee is goed.الفكرة جيدة.
  33. de informatieمعلوماتاسم
    De informatie staat op internet.المعلومات على الإنترنت.
  34. de ingangمدخلاسم
    De ingang is dicht.المدخل مغلق.
  35. jouلكA0
    Ik bel jou morgen.سأتصل بك غداً.
  36. de kamerغرفةاسم
    Ik ga naar de kamer.سأذهب إلى الغرفة.
  37. de kastخزانةاسم
    De kast is vol kleren.الخزانة مليئة بالملابس.
  38. de klantزبوناسم
    De klant wacht bij de balie.الزبون ينتظر عند المكتب.
  39. klussenمهامA0
    Wij klussen morgen.سنقوم بالأعمال الصغيرة غداً.
  40. de kortingتخفيضاسم
    Er is vandaag korting.هناك تخفيض اليوم.
  41. kostenتكلفةA0
    De kosten zijn hoog.التكلفة عالية.
  42. laagمنخفضA0
    De stoelen zijn laag.الكراسي منخفضة.
  43. de lampمصباحاسم
    De lamp staat aan.المصباح مضاء.
  44. de laptopلابتوباسم
    De laptop ligt op tafel.اللابتوب على الطاولة.
  45. het lichtمضيءاسم
    Het licht is uit.الضوء مطفأ.
  46. de meubelsأثاثاسم
    De meubels zijn nieuw.الأثاث جديد.
  47. mezelfنفسيA0
    Ik kook voor mezelf.أطبخ لنفسي.
  48. mijأناA0
    Geef het aan mij.أعطه لي.
  49. netقبل قليلA0
    Ik ben net thuis.وصلت للتو إلى المنزل.
  50. het nummerرقماسم
    Wat is het nummer?ما هو الرقم؟
  51. onzeما هو لناA0
    Onze tafel is groot.طاولتنا كبيرة.
  52. opruimenتنظيفA0
    We moeten de rommel in de garage opruimen.علينا تنظيف الفوضى في المرآب.
  53. de opruimingتخفيضاتاسم
    De opruiming is vandaag.التخفيضات اليوم.
  54. perفيA0
    Tien euro per maand.عشرة يورو في الشهر.
  55. de plekمكاناسم
    Dit is mijn plek.هذا مكاني.
  56. de poesقِطاسم
    De poes slaapt nu.القطة نائمة الآن.
  57. de prijsسعراسم
    De prijs is laag.السعر منخفض.
  58. het procentنسبةاسم
    Het procent is tien.النسبة عشرة بالمائة.
  59. het raamشباكاسم
    Het raam staat open.النافذة مفتوحة.
  60. roodأحمرA0
    De stoel is rood.الكرسي أحمر.
  61. ruilenإستبدالA0
    Mag ik dit ruilen?هل يمكنني استبدال هذا؟
  62. rustigهاديءA0
    Mijn huis is rustig.بيتي هادئ.
  63. samenمع بعضA0
    Wij eten samen thuis.نأكل معًا في المنزل.
  64. de sleutelمفتاحاسم
    Waar is de sleutel?أين المفتاح؟
  65. de soortنوعاسم
    Welke soort is dit?ما نوع هذا؟
  66. de stoelكرسياسم
    De stoel is blauw.الكرسي أزرق.
  67. de stoepرصيفاسم
    De auto staat op de stoep.السيارة متوقفة على الرصيف.
  68. trouwensبالمناسبةA0
    Trouwens, ik ga nu.بالمناسبة، سأذهب الآن.
  69. de tuinحديقةاسم
    We werken in de tuin.نحن نعمل في الحديقة.
  70. twijfelenشكA0
    Ik twijfel nog even.أنا متردد قليلاً.
  71. uwلكA0
    Is dit uw sleutel?هل هذا مفتاحك؟
  72. de verdiepingطابقاسم
    Wij wonen op de tweede verdieping.نعيش في الطابق الثاني.
  73. verhuizenتغيير سكنA0
    Wij verhuizen morgen.نحن ننتقل غداً.
  74. verkopenبيعA0
    Ik verkoop mijn fiets.أبيع دراجتي.
  75. vlakbijقريب منA0
    De school is vlakbij.المدرسة قريبة.
  76. waaromلماذاA0
    Waarom is de deur open?لماذا الباب مفتوح؟
  77. wantلأنA0
    Ik blijf thuis, want ik ben moe.سأبقى في المنزل لأنني متعب.
  78. wat voorأي نوعA0
    Wat voor huis is dit?ما نوع هذا المنزل؟
  79. de websiteصفحة الكترونيةاسم
    De website is makkelijk.الصفحة الإلكترونية سهلة.
  80. welkأيA0
    Welk boek is dit?أي كتاب هذا؟
  81. wijنحنA0
    Wij zijn thuis.نحن في المنزل.
  82. de winterشتاءاسم
    In de winter is het koud.في الشتاء يكون الجو بارداً.
  83. witابيضA0
    Het bed is wit.السرير أبيض.
  84. de woonkamerغرفة المعيشةاسم
    De woonkamer heeft planten.غرفة المعيشة بها نباتات.
  85. zijهيA0
    Zij woont hier.هي تسكن هنا.
  86. de zolderالعليةاسم
    De zolder is vol dozen.العلية مليئة بالصناديق.
  87. de zomerصيفاسم
    In de zomer zwemmen wij.في الصيف نسبح.
  88. de zonشمساسم
    De zon schijnt vandaag.تشرق الشمس اليوم.
  89. zorgen voorرعايةA0
    Zij zorgt voor kinderen.هي تعتني بالأطفال.
  90. zwartأسودA0
    De jas is zwart.المعطف أسود.
  91. aanbellenيدق الجرسفعل
    Als je komt, moet je eerst aanbellen.إذا جئت، يجب عليك أولاً قرع الجرس.
  92. aanradenنصيحةفعل
    Ik kan dit boek aanraden aan mijn vrienden.أستطيع أن أوصي بهذا الكتاب لأصدقائي.
  93. de aansluitingتوصيلاسم
    De aansluiting van internet werkt weer sinds vanochtend.اتصال الإنترنت يعمل مجددًا منذ صباح اليوم.
  94. aantrekkelijkجذابفعل
    De tuin met bloemen is heel aantrekkelijk voor vogels.الحديقة المزهرة جذابة جدًا للطيور.
  95. alleenstaandوحدانيفعل
    Zij is alleenstaand en zoekt gezellig contact in de buurt.هي عازبة وتبحث عن صحبة ودودة في الحي.
  96. behangenورق جدرانفعل
    We gaan dit weekend de woonkamer behangen.سنلصق ورق الحائط في غرفة الجلوس نهاية هذا الأسبوع.
  97. de binnenkantالداخلاسم
    De binnenkant van het huis is onlangs geschilderd.تم طلاء داخل المنزل مؤخرًا.
  98. het buitenlandخارج البلداسم
    Hij werkt tijdelijk in het buitenland dit jaar.هو يعمل مؤقتًا في الخارج هذا العام.
  99. de centrale verwarmingالتدفئة المركزيةاسم
    De centrale verwarming werkt goed in de winter.التدفئة المركزية تعمل جيداً في الشتاء.
  100. de cultuurالثقافةاسم
    In de stad is veel cultuur en muziek dit weekend.في المدينة هناك الكثير من الثقافة والموسيقى هذا الأسبوع.
  101. daardoorبسبب ذلكفعل
    Het regende hard, daardoor gingen we niet naar buiten.بسبب هطول المطر بغزارة لم نخرج إلى الخارج.
  102. daarnaastالي جنب ذلكفعل
    Ik werk thuis, daarnaast studeer ik Nederlands.أعمل من المنزل، وبالإضافة إلى ذلك أدرس اللغة الهولندية.
  103. het dagdeelجزء من اليوماسم
    Het dagdeel in de middag is het drukst.فترة ما بعد الظهر هي الأكثر ازدحاماً.
  104. het dakالسطحاسم
    Het dak lekt na de zware regen van gisteren.تسرب السقف بعد الأمطار الغزيرة أمس.
  105. doorgevenتسليمفعل
    Kun je mijn telefoonnummer aan de buurman doorgeven?هل يمكنك أن تعطِ رقم هاتفي للجار؟
  106. eenzaamوحيدفعل
    Hij voelt zich soms eenzaam in het appartement.أحيانًا يشعر بالوحدة في الشقة.
  107. de eigenaarالمالكاسم
    De eigenaar van het huis woont naast ons.مالك المنزل يسكن بجوارنا.
  108. de emmerالدلواسم
    Pak een emmer met warm water en schoonmaakmiddel.خذ دلوًا يحتوي على ماء دافئ ومنظف.
  109. het examenالامتحاناسم
    Het examen is volgende week op school.الامتحان سيكون في المدرسة الأسبوع المقبل.
  110. het gerechtالطبقاسم
    Het gerecht is warm en klaar om te eten.الطبق ساخن وجاهز للأكل.
  111. gezamenlijkمشتركفعل
    We hebben een gezamenlijk tuinfeest gepland.نظمنا حفلاً مشتركًا في الحديقة.
  112. het gezondheidscentrumالمركز الطبياسم
    Ik maak morgen een afspraak in het gezondheidscentrum.سأحدد موعدًا في المركز الصحي غدًا.
  113. het gordijnالستاراسم
    Het gordijn in de woonkamer is rood.الستارة في غرفة المعيشة حمراء.
  114. handigعمليفعل
    Een goede lamp is erg handig in de keuken.مصباح جيد مفيد جداً في المطبخ.
  115. de havenالميناءاسم
    De boten in de haven liggen rustig te dobberen.القوارب في الميناء تطفو بهدوء.
  116. de hobbyالهوايةاسم
    Mijn favoriete hobby is schilderen in het weekend.هوايتي المفضلة هي الرسم في عطلة نهاية الأسبوع.
  117. huidigحاليفعل
    De huidige huisregels gelden nog steeds.القواعد الحالية للمنزل ما زالت سارية.
  118. de huisbaasمسؤول عن البيتاسم
    Onze huisbaas kwam gisteren de reparatie bespreken.جاء مالك المنزل أمس لمناقشة التصليح.
  119. hurenإيجارفعل
    Wij gaan dit appartement voor een jaar huren.سنستأجر هذه الشقة لمدة سنة.
  120. het huurhuisبيت مستأجراسم
    Ze wonen al vijf jaar in een huurhuis.هم يسكنون في منزل مستأجر منذ خمس سنوات.
  121. ijskoudبارد كالثلجفعل
    Het water in de emmer is ijskoud.الماء في الدلو بارد كالثلج.
  122. de inburgeringالمواطنةاسم
    De inburgering verloopt via lessen en examen.تتم عملية الاندماج من خلال دروس وامتحان.
  123. de inrichtingالتأثيثاسم
    De inrichting van mijn huis is modern.تأثيث منزلي حديث.
  124. de inwonerالمواطناسم
    Elke inwoner van het dorp kreeg een brief.تلقى كل ساكن في القرية رسالة.
  125. kaalعاريفعل
    De kamer is kaal na het verhuizen van de meubels.الغرفة أصبحت فارغة بعد نقل الأثاث.
  126. de ketelالغلايةاسم
    De ketel staat al het hele uur te fluiten.الغلاية تصفر منذ ساعة كاملة.
  127. het kleinkindالحفيداسم
    Ons kleinkind komt morgen op bezoek.حفيدنا سيزورنا غدًا.
  128. klemmenيشبكفعل
    Let op dat je vingers niet klemmen tussen de deur.انتبه ألا تُحشر أصابعك بين الباب.
  129. het koophuisبيت ملكاسم
    Hij heeft laatst een klein koophuis gekocht.اشترى مؤخراً بيتاً ملكاً صغيراً.
  130. de kopieالاستنساخاسم
    Ik maak een kopie van het contract voor jou.سأعمل نسخة من العقد لك.
  131. de kouالبرداسم
    In de nacht voel ik de kou op straat.أشعر بالبرد في الشارع أثناء الليل.
  132. de lekkageالتسرباسم
    We belden de reparateur voor de lekkage van de boiler.اتصلنا بالفني بسبب تسرب من السخان.
  133. lekkenتسربفعل
    De kraan blijft 's nachts nog steeds lekken.الحنفية لا تزال تتسرب خلال الليل.
  134. het lijstjeالقائمةاسم
    Ik maakte een klein lijstje met klusjes.كتبت قائمة صغيرة بالأعمال المنزلية.
  135. meebetalenيدفع معفعل
    Kun je deze maand half van de huur meebetalen?هل يمكنك هذا الشهر أن تدفع نصف الإيجار؟
  136. de muurالحائطاسم
    De muur moet binnenkort wit geschilderd worden.يجب طلاء الحائط باللون الأبيض قريباً.
  137. het nadeelالجانب السلبياسم
    Het grootste nadeel van dit huis is de afstand.أكبر عيب في هذا المنزل هو المسافة.
  138. de natuurالطبيعةاسم
    Ik wandel graag in de natuur vlakbij huis.أحب التنزه في الطبيعة القريبة من بيتي.
  139. de noodالطارئاسم
    Bel de hulpdiensten alleen in geval van nood.اتصل بخدمات الطوارئ فقط في حالة الضرورة.
  140. het noordenالشمالاسم
    We reizen morgen naar het noorden van het land.سنُسافر غدًا إلى شمال البلاد.
  141. omhooggaanيرتفعفعل
    De huurprijzen blijven elk jaar omhooggaan.أسعار الإيجار تزداد كل سنة.
  142. ontstaanنشأفعل
    Er kan een probleem ontstaan als we niet voorzichtig zijn.قد ينشأ مشكلة إذا لم نكن حذرين.
  143. het oostenالشرقاسم
    De zon komt op in het oosten elke ochtend.تشرق الشمس من الشرق كل صباح.
  144. opknappenتجديدفعل
    We willen de keuken dit weekend opknappen.نريد تجديد المطبخ هذا الأسبوع.
  145. de overkantالجهة المجاورةاسم
    De overkant van de straat heeft een park.الجهة المقابلة من الشارع بها حديقة.
  146. passenتناسبفعل
    Deze schoenen passen goed bij haar jurk.هذه األحذية تتناسب جيدًا مع فستانها.
  147. het pensioenالتقاعداسم
    Na zijn pensioen reist hij door Europa.بعد تقاعده يسافر في أنحاء أوروبا.
  148. het plafondالسقفاسم
    Het plafond in de woonkamer is net geverfd.تم للتو طلاء السقف في غرفة المعيشة.
  149. de plankالرفاسم
    Ik zet de boeken op een hoge plank.أضع الكتب على رف عالي.
  150. de plantالنباتاسم
    De plant op mijn tafel heeft groene bladeren.النبتة على طاولتي لها أوراق خضراء.
  151. de polderالأرض المستصلحة من البحراسم
    De boer werkt vroeg in de polder elke dag.يعمل الفلاح مبكرًا في الأراضي المستصلحة من البحر كل يوم.
  152. de provincieالمقاطعةاسم
    Onze provincie organiseert morgen een markt in het centrum.محافظتنا تنظم غدًا سوقًا في المركز.
  153. de radiatorالمشعاعاسم
    De radiator geeft vandaag geen warmte meer.المشعاع لا يبعث دفئًا اليوم.
  154. de reparatieالتصليحاسم
    De reparatie van de deur duurt twee dagen.إصلاح الباب سيستغرق يومين.
  155. het rijbewijsرخصة القيادةاسم
    Ze leert autorijden om haar rijbewijs te halen.تتعلم القيادة للحصول على رخصة القيادة.
  156. de rivierالنهراسم
    De kinderen vangen eendjes bij de rivier in de zomer.يصطاد الأطفال البطّ عند النهر في الصيف.
  157. de ruitالزجاجاسم
    De ruit van de keuken is kapot gevallen.زجاج نافذة المطبخ انكسر.
  158. saaiمملفعل
    De film van gisteren was erg saai.الفيلم الذي شاهدناه أمس كان مملًا جدًا.
  159. de scheidingالإنفصالاسم
    Na de scheiding verhuisde hij naar een nieuwe woning.بعد الطلاق انتقل إلى سكن جديد.
  160. sluitenغلقفعل
    Ze moest de winkel sluiten vanwege de storm.كان عليها إغالق المتجر بسبب العاصفة.
  161. het Staatsexamenالامتحان الوطنياسم
    Het Staatsexamen Nederlands is moeilijk voor velen.الامتحان الوطني للغة الهولندية صعب بالنسبة لكثيرين.
  162. de stichtingالمنظمةاسم
    De stichting helpt vluchtelingen met taallessen.المنظمة تساعد اللاجئين بدروس اللغة.
  163. stromenيتدفقفعل
    Het water stroomt door de goot.الماء يتدفق عبر المزراب.
  164. het taalmaatjeرفيق اللغةاسم
    Mijn taalmaatje oefent elke week met mij.رفيق اللغة الخاص بي يتدرب معي كل أسبوع.
  165. de televisieالتلفازاسم
    De televisie staat in de hoek van de kamer.التلفاز موجود في زاوية الغرفة.
  166. de toeristالسائحاسم
    De toerist vraagt om een kaart van de stad.السائح يسأل عن خريطة المدينة.
  167. typischنمطيفعل
    Het is typisch Nederlands om de fiets te gebruiken.من المعتاد في هولندا استخدام الدراجة.
  168. de vakmanالحرفياسم
    De vakman repareerde de dakgoot vandaag.أصلح الحرفي مزاريب السقف اليوم.
  169. vandaanمن أينفعل
    Vertel me waar je vandaan komt, alsjeblieft.من فضلك أخبرني من أين أنت.
  170. verbouwenيبنيفعل
    Zij willen hun badkamer dit jaar verbouwen.يريدون تجديد حمامهم هذا العام.
  171. de verbouwingالبناءاسم
    Tijdens de verbouwing was het huis erg stoffig.كان المنزل مليئاً بالغبار أثناء الترميم.
  172. verstoppenمسدودفعل
    De kat verstopt zich onder de stoel.القطة تختبئ تحت الكرسي.
  173. de vertalingالترجمةاسم
    De vertaling van de tekst is bijna klaar.ترجمة النص شبه جاهزة.
  174. het verzoekطلباسم
    Het verzoek om een nieuwe sleutel werd goedgekeurd.تمت الموافقة على الطلب للحصول على مفتاح جديد.
  175. volwassenبالغفعل
    Alle dieren in de opvang zijn nu volwassen genoeg.جميع الحيوانات في الملجأ أصبحت الآن بالغة بما فيه الكفاية.
  176. het voordeelالايجابياسم
    Het voordeel van fietsen is dat je fit blijft.الميزة في ركوب الدراجة هي أنك تبقى بصحة جيدة.
  177. de voorzieningالخدماتاسم
    In dit dorp is elke voorziening dichtbij het huis.في هذه القرية كل خدمة قريبة من البيت.
  178. het vrijwilligerswerkالعمل التطوعياسم
    Ik doe vrijwilligerswerk in het lokale ziekenhuis.أقوم بعمل تطوعي في المستشفى المحلي.
  179. de waardeالقيمةاسم
    De waarde van dit oude huis is gestegen.قيمة هذا المنزل القديم ارتفعت.
  180. weghalenإبعادفعل
    Kun je die doos even weghalen, alsjeblieft?هل يمكنك أن تزيل ذلك الصندوق للحظة من فضلك؟
  181. de woningbouwverenigingشركة السكناسم
    De woningbouwvereniging repareert de kapotte deur morgen.ستقوم شركة الإسكان بإصلاح الباب التالف غدًا.
  182. het zelfvertrouwenالثقة بالنفساسم
    Ze bouwt langzaam haar zelfvertrouwen op met oefenen.تبني ثقتها بنفسها ببطء من خلال التمرين.
  183. zich schamenخجلفعل
    Hij schaamt zich voor zijn gedrag gisterenavond.إنه يخجل من سلوكه الليلة الماضية.
  184. het zuidenالجنوباسم
    We rijden naar het zuiden van het land.نسافر إلى جنوب البلاد.

تدرّب الآن بدل أن تقرأ فقط

نماذج قراءة واستماع من إعداد NT2Klaar بنفس نظام الامتحان: مؤقّت، ثلاثة خيارات، ولا إجابات قبل التسليم.

ابدأ مجاناً ←

كيف تحفظها فعلاً

القائمة وحدها لا تكفي — قراءتها مرّة تعطيك إحساساً كاذباً بالمعرفة. ثلاثة أشياء تصنع الفرق:

اقرأ أيضاً